Openingstijden

  • maandag, dinsdag en donderdag van 09.00 -15.00 uur

Gouweplein 1 (Cultuurhuys De Kroon)
2741 MW  Waddinxveen
Telefoon: 0182 - 60 17 29

 

Feiten en Cijfers Vrijwillige inzet

Vrijwilligerswerk wordt in Nederland het meest gedaan door mensen tussen de 35 en 45 jaar op school, de sportvereniging of de buurt. Opvallend is ook dat meer dan de helft van de jongeren (15-25 jaar) zich als vrijwilliger inzet. De provincie Friesland telt de meeste vrijwilligers. In de steden doen mensen minder vrijwilligerswerk dan in niet stedelijke gebieden. Onder de werkenden zijn deeltijders het meest actief als vrijwilliger. Dit blijkt uit twee publicaties die het Centraal Bureau voor de Statistiek in december 2017 uitbracht.

Afgelopen najaar is ook een nieuwe editie van Geven in Nederland (GIN) verschenen. Naar aanleiding van deze nieuwe cijfers heeft Movisie haar overzicht van relevante cijfers en feiten over vrijwillige inzet geactualiseerd met de laatste cijfers van CBS en GIN. Het nieuwe overzicht leest u hieronder:

Feiten en cijfers Vrijwillige inzet

1. Hoeveel vrijwilligers zijn er?
Exacte gegevens over het aantal vrijwilligers in Nederland zijn lastig te geven omdat de cijfers per on-derzoek wisselen, afhankelijk van de vraagstelling en timing van het onderzoek. Uit het tweejaarlijks onderzoek Geven in Nederland 2017 blijkt dat in 2016, 36% van de Nederlanders minstens één keer per jaar vrijwilligerswerk deed voor een maatschappelijke organisatie (R. Bekkers & T Schuyt & B. Gouwenberg, GIN 2017). In de publicatie van het CBS: Vrijwilligerswerk: wie doet het?, worden de cij-fers van vrijwillige inzet over de periode 2012-2016 uit De CBS-enquete Sociale samenhang en
Welzijn (S&W) 2012–2016 gepubliceerd (J. Arends & H. Schmeets, CBS 2017). Voor 2012- 2016 be-rekent het CBS dat de percentages schommelen van 48 tot 50% en dat gemiddeld over deze periiode 49% van de Nederlanders minimaal een keer per jaar vrijwilligerswerk verricht. Drie op de tien heeft dat in de laatste vier weken voor het invullen van de vragenlijst nog gedaan. Het aandeel vrijwilligers blijft volgens het CBS dus constant. Omdat Geven in Nederland het vrijwilligerswerk al jaren op een vergelijkbare manier meet, is in dat onderzoek te zien dat het aantal Nederlanders dat vrijwilligerswerk doet sinds 2010 licht gedaald is. De methode van waarneming van CBS is gewijzigd waardoor deze cijfers niet te vergelijken zijn met de periode voor 2012.
 
Ook over de tijdsbesteding aan het vrijwilligerswerk geven de verschillende onderzoeken een ander beeld. De hoeveelheid tijd die Nederlanders gemiddeld aan vrijwilligerswerk besteden, is volgens Bek-kers in 2013 en 2014 gedaald van gemiddeld 21 naar 18 uur per maand. In 2016 is het gemiddeld aantal uren verder gedaald naar 14,5. Volgens de SCP publicatie Maatschappelijke participatie: voor en met elkaar (Van Houwelingen & de Hart, 2013) is de afgelopen decennia het vrijwilligerswerk rede-lijk constant gebleven, namelijk een klein uur per week. Voor zover in de cijfers van het CBS kan wor-den terugkeken lijkt het aantal uren dat een vrijwilliger (inclusief bestuursleden) aan het vrijwilligers-werk besteed vrijwel gelijk gebleven is sinds 2010. Gemiddeld besteden vrijwilligers 4,2 uur per week aan hun vrijwilligerswerk. Wel is er een sterke variatie in de tijd die in vrijwilligerswerk wordt gestopt. De grootste groep vrijwilligers, 36 procent, doet minder dan één uur per week vrijwilligerswerk. Aan de andere kant doet 16 procent meer dan acht uur per week vrijwilligerswerk (Arends & Schmeets, 2017)
 
2. Wie zijn de vrijwilligers?
Vrijwilligerswerk wordt in Nederland het meest gedaan door mensen tussen de 35 en 45 jaar op school, de sportvereniging of de buurt. Dit zijn ouders met jonge kinderen waarop een beroep gedaan wordt door de school en de sportvereniging. Ook de keuze voor vrijwilligerswerk voor de buurtactivitei-ten is aan de kinderen gerelateerd.
Opvallend hoog is het aantal jongeren dat vrijwilligerswerk doet in 2012 en 2016. Volgens het CBS is het percentage van deze jongeren over de periode 2012-2016 even groot gebleven als in 2012 en 2013: 51% (Arends & Schmeets 2017)
 
Los van het aan de eigen kinderen gerelateerde vrijwilligerswerk doen ouderen, hoger opgeleiden, met een kerkelijke achtergrond vaker vrijwilligers werk. Inwoners van een van de grote steden en mensen met een migrantenachtergrond doen minder vaak vrijwilligerswerk (Bekkers, 2015; Arends & Schmeets 2017, Van Houwelingen & de Hart, 2013). In de cijfers van CBS over 2012 en 2013 is een afname van het vrijwilligerswerk door ouderen tussen de 65 en 75 te zien. In de periode hiervoor was er juist een toename van het aantal ouder in de het vrijwilligerswerk ( Van Houwelingen & de Hart, 2013). Dit kan een gevolg zijn van het inschakelen van de ouderen bij de kinderopvang van de klein-kinderen. In 2013 is ook de vrijwillige inzet door alleenstaande, eenoudergezinnen en paren zonder kinderen afgenomen.
 
De toename van vrijwillige inzet zit vooral bij mannen, middelbaar en hoger opgeleiden, Nederlanders in het ‘lege nest’ stadium van de gezinscyclus en voltijds werkenden (Van Houwelingen & de Hart, 2013). Westerse allochtone doen meer vrijwilligerswerk van niet westerse allochtonen. Van de niet-westerse allochtonen doet 36% vrijwilligerswerk.
 
Als we kijken naar de verdeling van de vrijwillige inzet over de provincies dan telt Friesland procentu-eel de meeste vrijwilligers, gevolgd door Overijssel en Utrecht. In Limburg en Zuid-Holland wonen de minste vrijwilligers (Verschillen in sociale samenhang en welzijn tussen provincies, H. Schmeets, CBS
2014). In de steden doen mensen minder vrijwilligerswerk dan in niet stedelijke gebieden. Er is zelfs
een afname te zien van het aantal vrijwilligers in de stad terwijl in de weinig stedelijke gebieden er een
sterke toename is.
 
3. Arbeidsmarkt en vrijwilligerswerk
voor het eerst besteed het CBS ook aandacht aan de relatie tussen vrijwilligerswerk en de arbeidsmarktsituatie
In Nederland. Van de bevolking die in theorie beschikbaar is voor de arbeidsmarkt(15-65
jarigen) heeft 28% in de laatste 4 weken vrijwilligerswerk gedaan. Het percentage vrijwilligers is nagenoeg
gelijk in de groepen met en zonder betaald werk (ca 28%). (Krieg, S.; Lautenbach, H.; Schmeets,
H.2017) in de gemiddelde tijdsinvestering zijn wel verschillen. Mensen zonder betaald werk besteden
gemiddeld wel twee keer zoveel tijd aan het vrijwilligerswerk. In de groep zonder betaald werk
zijn werklozen vaker actief (33,1 %) dan mensen die niet willen of kunnen werken en verder van de
arbeidsmarkt afstaan (27,8%). Van de werkenden doen deeltijders (32,7%) vaker vrijwilligerswerk dan
voltijders (26,2%) , en zelfstandigen (31%vaker dan werknemers (28%.) %). (Krieg, S.; Lautenbach,
H.; Schmeets, H.2017)Werknemers met een vast contract doen met 29% vaker vrijwilligerswerk dan
werknemers met een flexibel contract (24%) Er is ook een duidelijke relatie tussen de arbeidsmarkt
en het soort vrijwilligerswerk. Mensen die vanwege zorg voor gezin of huishouden in deeltijd werken,
of om die reden helemaal niet werken, doen relatief vaak vrijwilligerswerk. Onder hen zijn veel moeders
met ten minste één kind tussen 6 en 11 jaar. Van deze moeders is 38 procent vrijwilliger op
school, tegen 6 procent van alle 15- tot 65-jarigen. Vaders zijn ook relatief vaak vrijwilliger, maar dan
vooral op de sportvereniging. Van de vaders met ten minste één kind tussen 6 en 17 jaar oud is 21
procent vrijwilliger bij een sportvereniging. %). (Krieg, S.; Lautenbach, H.; Schmeets, H.2017)
 
4. Wat doen de vrijwilligers?
De meeste vrijwilligers houden zich bezig met bestuurlijke taken (23%), kantoorwerk en administratie
(21%) en training of scholing (18%). Vrouwelijke vrijwilligers en vrijwilligers met een migratieachtergrond
verrichten relatief weinig bestuurlijke taken. (R. Bekkers & T Schuyt & B. Gouwenberg, GIN
2017). Kantoorwerk en administratie, bezoek en gezelschaphouden, het bieden van vervoer, therapeutische
activiteiten of verzorging zijn minder populair geworden onder vrijwilligers. Er is een stijging
te zien van het aandeel van de vrijwilligers dat bezig is met fondsenwerving/collecteren, met belangenbehartiging
en met het geven van persoonlijke raadgeving.
 
Veel vrijwilligers hebben meer dan één vrijwilligersklus. Zo doet bijna een derde van de vrijwilligers
vrijwilligerswerk voor twee soorten organisaties, 11% doet drie soorten en 4% doet zelfs vier of vijf
soorten vrijwilligerswerk (Arends & Flöthe, 2015). Het aantal vrijwilligers dat actief is voor meer dan
één vrijwilligersorganisatie is gelijk gebleven tussen 2010 en 2013(Bekkers, 2015).
 
In de afgelopen jaren is het incidentele vrijwilligerswerk niet duidelijk toegenomen. Het percentage dat
één keer per jaar vrijwilligerswerk doet is met 6% iets hoger dan voorgaande jaren maar daar staat
tegen over dat mensen die twee of drier keer vrijwilligerswerk hebben gedaan in twaalfmaanden gedaald
is. Ook het percentage dat wekelijks of vaker vrijwilligerswerk doet is gedaald van 12% (2008
naar 9% in 2014 (Bekkers, 2015).
 
Veel burgers zijn samen met buurtbewoners actief in hun eigen buurt, stelt het SCP in een onderzoek
naar burgerinitiatieven in de eigen buurt (SCP, 2009 in: Boss, e.a., 2011). Deze initiatieven komen
voor een groot deel voort uit een groepje actieve buurtbewoners. Zelden zetten buurtbewoners samen
met vrijwilligersorganisaties een initiatief op In krachtwijken zetten bewoners zich minder vaak actief in
voor de buurt dan in reguliere wijken (16% in krachtwijken tegen 24% in reguliere wijken).
Op de maatschappelijke beursvloer maken bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties matches
rond de inzet van middelen en mensen. Medio oktober 2010 is er 38 keer een beursvloer georganiseerd
(Boss, e.a., 2011).
 
Veel bedrijven maken ruimte voor werknemers om in werktijd vrijwilligerswerk te doen. In een panelonderzoek
door MBO Nederland (MBO: Maatschappelijk Betrokken Ondernemen) blijkt dat ongeveer
55% van de ondervraagde 1.973 MKB bedrijven MBO-activiteiten onderneemt waarbij ze verhoudingsgewijs
het meest mankracht inzetten (Swart e.a., 2010 in: Boss, e.a., 2011). Volgens het SCP
laat gemiddeld 30% van de bedrijven hun werknemers vrijwilligerswerk doen in werktijd (Dekker en de
Hart, 2009 in: Boss, e.a., 2011).
 
5. Waarom doen ze vrijwilligerswerk?
Uit onderzoek van het CBS blijkt dat het overgrote deel, 92% in 2010, meestal of altijd plezier heeft in
het vrijwilligerswerk (Houben-van Herte en te Riele, 2011).
Meer dan de helft van de vrijwilligers (54%) is van mening dat vrijwilligerswerk hen nieuwe inzichten
verschaft. Iets meer vrijwilligers vinden dat ze door vrijwilligerswerk kunnen laten zien dat zij het belangrijk
vinden om andere mensen te helpen (58%). Meer dan de helft van de vrijwilligers vinden dat
ze via het vrijwilligerswerk nieuwe dingen leren op een praktische wijze (54%). Ongeveer de helft van
de vrijwilligers zegt dat vrijwilligerswerk hun het gevoel geeft dat ze ergens belangrijk voor zijn. Minder
vrijwilligers (35%) vinden dat vrijwilligerswerk een prettige afleiding is van de eigen problemen en dat
vrijwilligerswerk goed staat op het CV (36%) (Bekkers, 2013).
 
Er zijn wel verschillen tussen verschillende groepen. Senioren doen vaker vrijwilligerswerk ‘omdat je
het vroeger nu eenmaal deed’. Motieven als carrière en kennis spelen vaker een rol bij jongeren
(Boss, e.a., 2011). Overigens is het carrièremotief ondanks de crisis en opgelopen werkloosheid niet
populairder geworden (Bekkers, 2015). Voor vrijwilligers in de sectoren natuur en zorg is plezier de
belangrijkste reden om vrijwilligerswerk te doen, terwijl het in de zorg en hulpverlening vooral een manier
is om hun normen en waarden uit te dragen. Dit normatieve motief wordt sterker naarmate men
hoger opgeleid is. Bij mensen met een lagere opleiding speelt het verminderen van negatieve omstandigheden
en gevoelens een grotere rol. Mannen zijn sterker vertegenwoordigd in de groene organisaties,
vrouwen meer in de zorg en hulpverlening (Motivaties voor vrijwilligers, wat maakt het verschil,
Vaart & Hetem, Movisie 2011).
 
6. Waar zijn ze actief als vrijwilliger?
In sportverenigingen wordt het meeste vrijwilligerswerk gedaan. 15% van de vrijwilligers zet zich in de
sportsector. Daarnaast zijn scholen (11%) en levensbeschouwelijke organisaties (8%)populair.
(Arends & Schmeets 2017; Van Houwelingen & de Hart, 2013). Ook het jeugdwerk en de verzorging
zijn belangrijke sectoren om vrijwilligerswerk te doen. 9% van de vrijwilligers is actief in de verzorging
en 8% in het jeugdwerk (CBS 2017) Ook hier constateert het CBS nauwelijks verschuivingen tussen
opeenvolgende jaren
 
7. Wat doen de steunpunten vrijwilligerswerk?
Uit een herhalingsonderzoek naar het werk van lokale steunpunten vrijwilligerswerk (Ploegmakers,
e.a., 2011b) blijkt dat 72% van steunpunten vrijwilligerswerk zijn ondergebracht bij een brede welzijnsstichting
(Conferentie NOVi 2013). Een steunpunt heeft gemiddeld 374 organisaties in haar bestand,
waarvan zo’n 64% vrijwilligersorganisaties. Er vinden via internet gemiddeld 86 bemiddelingen per
maand plaats. Daarnaast worden gemiddeld 45 mensen per maand bemiddeld via de balie. Daarvan
leidt iets minder dan de helft uiteindelijk tot een geslaagde plaatsing bij een vrijwilligersorganisatie.
Steunpunten spelen een rol bij sociale activering (36%), bij maatschappelijk betrokken ondernemen
(32%), of fungeren als steunpunt mantelzorg (30%).
 
8. Gemeentelijk beleid
Uit de nulmeting vrijwilligerswerkbeleid onder gemeenten blijkt dat er een enorme toename is te zien
van gemeenten die vrijwilligersbeleid hanteren. In 1998 ging het om 6% van de gemeenten, in 2009
om 70%. De nulmeting laat zien dat 290 van de 382 gemeenten beleid hebben voor doelgroepen, met
name jongeren en senioren (Duijvestein, 2010 in: Boss, e.a., 2011). Dit heeft te maken met maatschappelijke
stage en mantelzorgers. 87% van de gemeenten heeft een steunpunt vrijwilligerswerk.
Het budget dat gemeenten reserveren, is in 2010 gemiddeld € 140.000 en de ambtelijke formatie is
gemiddeld 0,50 fte (Ploegmakers, e.a., 2011a).
 
8 december 2017
R.Hetem. M Franken

Bronnen
Arends J, Flöthe L (2015), Wie doet vrijwilligerswerk? Den Haag CBS 2015
Arends, J, Schmeets. H. (2017) Vrijwilligerswerk: wie doet het? Den Haag CBS 2017
Geven in Nederland 2017. Giften, Nalatenschappen, Sponsoring en Vrijwilligerswerk. Amsterdam:
Reed Business Education
Geven in Nederland 2015. Giften, Nalatenschappen, Sponsoring en Vrijwilligerswerk. Amsterdam:
Reed Business Education.
Geven in Nederland 2013. Giften, Nalatenschappen, Sponsoring en Vrijwilligerswerk. Amsterdam:
Reed Business Education.
Vrijwillige inzet 2.0. Vrijwillige inzet 2011, Utrecht, MOVISIE.
 
en-van Herte, M. en te Riele, S. (2011), Vrijwillige inzet 2010, CBS Publicatiedatum CBS-website: 6
september 2011.
Krieg, S.; Lautenbach, H.; Schmeets, H. (2017) Vrijwilligers met en zonder betaald werk. Den Haag
CBS 2017
(red.) Met het oog op de tijd. Een blik op de tijdsbesteding van Nederlanders. Den Haag: SCP.
2-meting gemeentelijk vrijwilligerswerkbeleid. Herhalingsonder-zoek stand van zaken vrijwilligerswerkbeleid,
Utrecht, MOVISIE.
Lokale steunpunten vrijwilligerswerk op de kaart. Een herhalingsonderzoek naar het werk van lokale
steunpunten vrijwilligerswerk, Utrecht, MOVISIE
Vaart I, Hetem R (2011), Motivaties voor vrijwilligerswerk- wat maakt het verschil? Utrecht, MOVISIE